Menno Mennes, 13-2-1946 - 5-12-2012 door Geertjan Lassche

donderdag 15 augustus 2013

 



Toen cineast en cameraman Menno Mennes op 5 december 2012 op 66-jarige leeftijd overleed, ging er geen schok door Hilversum. Op zijn crematie was een handjevol mensen, waaronder maar een paar televisiemakers. Het zegt niet alleen iets over hoe het afliep met Menno Mennes, maar ook over gebrek aan erkenning van een cameraman, en over televisie maken van vandaag de dag. Vluchtigheid, waan van de dag, productiesnelheid. Nergens las ik afgelopen half jaar iets over zijn bijdrage aan de publieke omroep, wat hij heeft betekend voor ons culturele erfgoed. Als één van de jongste regisseurs die met hem werkte, doe ik hierbij een poging.


Zelf leerde ik Menno kennen rond 2000. Ik was net afgestudeerd en ging werken als verslaggever op de redactie van TweeVandaag. Destijds waren er geen bulkcontracten met facilitaire bedrijven waardoor je nog een vrije keus had met wie je wilde werken. Freelancer Menno Mennes was in die tijd een begrip, daar wilde je mee werken, of juist niet. Hij had een reputatie: Vakman, veeleisend, eigenzinnig, charmant en volgens sommige ook dominant en arrogant.


The A-Team

Hij reed toen in een The A-Team-achtige bus, voorzien van heerlijke stoelen, koffie, soep en een perfecte ‘spot-gelegenheid’ voor als je meteen moest monteren bij terugkomst. Achterin de bus stond zijn uitgebreide camera-uitrusting: Lenzen, filters, kraan, lampen, monitoren en dolly. Het mag duidelijk zijn: Menno ging voor het beste. Perfect beeld en perfect comfort.
Menno had toen, in 2000, al een imposante carrière achter de rug. Niet in de schijnwerpers, wel erachter. Als zoon van een psychiater (hij verloor zijn vader op jonge leeftijd) had hij na een korte periode als artsenbezoeker in Noord-Nederland de sprong in het diepe gewaagd. Hij koos voor zijn passie en talent, en die bleken al snel groter dan zijn gebrek aan cinematografische scholing. Van autodidact werd hij één van de beste in het filmen voor televisie. Met bijna alle bekende tv-makers had hij gewerkt, een oneindige reeks bekende Nederlanders had hij voor zijn lens gehad. Ik hoorde hem praten over zijn tijd met Mies Bouwman, Ivo Niehe, Charles Groenhuijsen, Harmen Siezen en Amanda Spoel.
Over opnames bij de Molukse acties en een compliment dat hij kreeg van Koningin Beatrix omdat hij haar –voorafgaand aan een interview- had geattendeerd op een haarlok die raar hing. En hoe hij al bij de eerste ontmoeting met de toen nog groene Sven Kockelmann wist dat hij heel ver zou komen. Overigens, Sven Kockelmann was één van die weinige mensen die wel aanwezig was op de crematie van Menno Mennes.

Lucky shots 

Het is een voorrecht om met geweldige cameramensen te werken maar tot op heden ken ik niemand die zo trefzeker was als Menno. Hij overzag de arena in een paar seconden, plaatste het statief, schatte het licht in, stelde de camera in en maakte het shot. Bijna altijd in één keer goed. Soms kreeg je een cadeautje van hem, had hij in een onbewaakt moment een opname gemaakt die je verhaal in een enkel shot op abstractieniveau bracht. Menno grossierde in zogenaamde ‘lucky shots’. In zijn laatste jaren maakte hij eens een opname van een langgerekte vloot oude zeilboten tegen een Hollandse lucht, ergens in Friesland. Een kader met lichtval zoals alleen de oude meesters ze schilderden. Opeens komt er een armada aan witte zwanen het kader in drijven, in tegenovergestelde richting van de boten. Goud, op een schilderij had je niet geloofd dat het echt was gebeurd.
Menno Mennes was een gevoelsmens. Toen voor mijn tv-documentaire De Tas Van Eva een Joodse Holocaustslachtoffer voor de camera brak en als een kind begon te huilen, bonkend met zijn hoofd op tafel, zette Menno de camera uit en huilde met hem mee. Bij het terugzien van de beelden bleek hij precies genoeg gedraaid te hebben voor de kijker om de tragiek van dat moment mee te beleven. Tegenwoordig worden intieme uitingen zonder gene vastgelegd en nog uitgezonden ook.
Wanneer het spannend of ongemakkelijk was, bijvoorbeeld of een gast wel zou meewerken, of wanneer het onzeker was of de geïnterviewde iets vertrouwelijks en belangwekkends zou zeggen ‘op camera’, brak Menno het ijs met zijn persoonlijkheid. Even een paar woorden over de hond, de tuin of zijn persoonlijke ergernis over files, en de rest ging vanzelf. Menno hield van regisseurs die goed voor geïnterviewden zorgden, die een aardigheidje voor ze mee namen of die na een uitzending contact met ze onderhielden. Die roemde hij, te pas en te onpas.


Prins Bernhard

Menno had geen autoriteitsvrees. Toen we in 2004 wijlen Prins Bernhard interviewden voor de documentaire God Bless Montgomery was het koud buiten. En binnen in paleis Soestdijk was het nogal warm. De prins had maar even, zei de RVD. Een paar vragen mocht ik stellen. De atmosfeer ademde één en al ongeduld uit. Toen Menno alles had klaargezet, en de prins werd opgehaald, bleek de lens toch nog beslagen door het temperatuursverschil. Mennes zette het hele proces stil door de prins uit te leggen dat hij (Menno) toch eerst met een föhn (natuurlijk aanwezig in de bus) de lens moest ‘ontdooien’. Prins Bernhard accepteerde het onmiddellijk, omdat hij een vakman in Menno herkende.


Het hele circus werd een halfuur op ‘pauze’ gezet, er werd een wit wijntje gedronken, waarna even later een veel langer gesprek ontstond dan was toegezegd, wellicht omdat in het ‘opwarmhalfuur’ de vragen rustig doorgesproken konden worden met de prins. Deze documentaire, waar Menno een belangrijke bijdrage aan leverde, leidde uiteindelijk tot koninklijk eerherstel van de Poolse soldaten die hadden gevochten bij de Slag om Arnhem.


In 2008 maakte ik met hem de documentaire De Boer Die Zou Gaan Emigreren, het was ons laatste project samen. Achteraf een mooie afsluiter. Prachtige recensies, en een waanzinnig kijkcijfer voor een lange documentaire rond middernacht (een kleine 700.000). De documentaire is vaak herhaald, en telkens keken veel mensen. Menno had het voorspeld en was er trots op. Niet zozeer op de selectie door het IDFA (het was zijn eerste keer op dat podium). Menno had het niet zo op met de Amsterdamse filmwereld.


Hij hield niet van ingewikkelde filmplannen terwijl het draaien nog moest beginnen. Mennes gruwde van pretentie. Curieus is dat velen hem juist als pretentieus en arrogant zagen. Ik vond hem eigenzinnig en koppig. Ook radicaal. Een opname of interview was ‘bagger’ of ‘briljant’. En als een regisseur onzeker was, wilde hij ook nog wel eens ongevraagd de regie overnemen. Maar altijd bleef voor mij zijn fotografische gave de belangrijkste reden om met hem te werken. Menno Mennes was dikwijls medeauteur van een reportage of documentaire. Het blijft een vreemd gegeven dat bij televisiereportages cameramensen, noem ze gerust kunstenaars, die met hun beelden een verhaal maken of breken, niet erkend worden als medemaker.


Bergafwaarts

In 2008 ging het economisch gezien al jaren slechter met Menno. Er zijn vele oorzaken. Door de digitale revolutie kwamen er veel jonge makers op de markt die met automatische camera’s opnames konden maken voor veel minder geld. Ook verslaggevers gingen zelf draaien. Door het grote aanbod kwam de prijs van een gevestigde cameraploeg onder druk te staan. Menno weigerde om met zijn dagprijs naar beneden te gaan, omdat hij vond dat zijn product een bepaalde artistieke waarde vertegenwoordigde. En volgens hem waren de prijzen voor cameramensen al vele jaren op gelijke hoogte gebleven, dus niet meegegroeid met de inflatie, en dat vond hij onterecht. Compromissen, daar deed hij niet aan, wel aan vriendendiensten.


Ander probleem was dat Hilversum in die tijd, vooral bij achtergrondverhalen, afscheid nam van het mooie, gestileerde, vanaf statief gedraaide shot. Menno weigerde van de schouder te draaien, omdat hij hield van een vast kader, en omdat hij last had van zijn rug. Snelle inzooms, of snelle bewegingen, vertikte hij gewoon. Regisseurs die wel mee wilden met deze MTV-achtige trend kregen zijn afschuw en tegenzin te horen, en public. Niet iedereen kon daarmee omgaan, het kostte hem opdrachtgevers. Evenals zijn standpunt dat camera en geluid echt twee aparte disciplines zijn, terwijl in Hilversum steeds vaker de cameraman ook het geluid moest doen, want dat was stukken goedkoper.
Menno vond dat hij niet te duur was maar juist zeer efficiënt. Hij stamde nog uit de tijd dat er met filmrollen opgenomen werd, zoals het Journaal. Daardoor draaide hij heel zuinig, kon met een paar tapes het hele verhaal verbeelden. Aangezien bijna al zijn materiaal bruikbaar was, en meteen de juiste kleurtemperatuur en contrast had, was een lange kostbare edit niet nodig, laat staan postproductie. Toch bleef het imago van dure ‘museumtelevisie’ aan hem hangen.


Ook een oorzaak van de teloorgang van het merk Menno Mennes is dat hij een bepaalde leeftijd had waarmee de nieuwe generaties moeilijker aansluiting konden vinden. Menno had het allemaal al gezien, ergerde zich aan hoe Nederland en de publieke omroep bestuurd werden. De jongere makers daarentegen waren pas begonnen, moesten nog ontdekken en hadden geen zin in voortdurende wijze lessen van ‘opa Mennes’.
Menno draaide veel voor de KRO, tot pak ‘m beet 2000. Menno vertelde dat hij eens een verzoek van Fons de Poel, waar hij veel mee werkte, weigerde om tijdens een opname voor ‘Het Gevoel Van de Poel’ tussen een dansende menigte te gaan meewiegen. Het zou voor meer beleving zorgen, zou De Poel aan Menno hebben gezegd. Onder andere door deze ‘werkweigering’ zou het tot een breuk zijn gekomen met De Poel. De laatste jaren van zijn carrière draaide hij vooral voor de EO, maar ook dat werd gaandeweg minder.

Holland Heritage

Het liep niet goed af met de cineast Menno Mennes, zelfs dramatisch als je het afzet tegen zijn gloriejaren, toen iedereen met hem wilde draaien. Omdat hij geen opdrachten meer kreeg, reisde hij afgelopen jaren stad en land af om Hollands cultureel erfgoed vast te leggen. Eerst met zijn geluidsman Jan Smelik, later met zijn zoon. Hij voorspelde een grote markt in zijn nostalgie product Holland Heritage: Hollandse winters, bloemencorso’s, pontjes, molens, vissersdorpen. Hij investeerde zijn hele vermogen erin. Naast cameraman was hij nu ook regisseur, editor, producer en verkoper. Een paar disciplines teveel, achteraf. De stelregel ‘dat iedereen vooral moet doen waar hij goed in is’ moest ook hij loslaten, er moest immers geld verdiend worden.


Verkoopaantallen vielen tegen, ondanks het prachtige materiaal. Hij bleef optimistisch, terwijl de geldzorgen toenamen, en de bank dreigde dat hij zijn huis moest verkopen. Iedere keer waren er weer geïnteresseerde partijen om zijn werk te kopen en te distribueren. En iedere keer bleek, in zijn optiek, dat de auteur erbij in zou schieten. Omdat Menno puur voor het product ging, had hij nooit geïnvesteerd in ‘old boys networks’. Hij kwam niet makkelijk binnen bij de gevestigde partijen, hij was wars van politiek correct gepraat. KLM (Inflight entertainment) bijvoorbeeld vond het prachtig filmmateriaal, maar had soortgelijks al door anderen laten maken. Economische nood is vaak oorzaak van sociale ellende. Zelfs zijn beste vrienden verloor hij door oplopende conflicten, zijn wereld werd kleiner. De spanningen kostten hem uiteindelijk ook de samenwerking met zijn geluidsman waar hij een half leven mee had samengewerkt. Ze hebben het niet meer goed kunnen maken.

Na De Boer Die Zou Gaan Emigreren betrad ik de Amsterdamse film- en documentairewereld. Mijn loopbaan was immers pas begonnen, en zonder de filmfondsen kom je niet ver. Ik gaf me wel over aan filmplannen en filmwetten, kwam in contact met andere professionals. Menno vond dat ik dicht bij mezelf moest blijven maar gunde me toch alle succes. We belden veel en vaak. Inmiddels draaide ik ook zelf, dus met een technische vraag had ik een goede aanleiding om te vragen hoe het hem verging. Aan zijn stem hoorde ik dat de voortdurende stress aan zijn optimistische levenshouding vrat. Augustus 2012 was een dieptepunt voor hem, toen werd het faillissement uitgesproken over Menno Mennes Film en Video BV. Alle dromen waren voorbij, wat restte waren ‘kilometers’ filmmateriaal en zijn privéleven.


Muze

Zijn vrouw Karolien was Menno’s muze, koningin, vriend, collega, klankbord. Op een avond in december, vier maanden na het faillissement, zei Karolien hem ‘welterusten’ en liep naar boven. Kort daarna hoorde zij een doffe plof in de keuken. In het ziekenhuis hebben ze nog even geprobeerd om Menno in leven te houden na deze fatale hartaanval. Op 5 december 2012 besloot Karolien om Menno te laten gaan, de behandeling werd gestopt.


Op de terugweg van de crematie zeiden een collega en ik tegen elkaar: ‘Misschien is dit wel de perfecte dood geweest voor Menno’. Met de onstuimige digitale revolutie, die nog maar in de beginfase zit, was zijn ‘analoge’ tijdperk voorbij. Zijn optimisme zou steeds meer onder druk komen te staan met naderende bezuinigingen in omroepland. Ook zijn beelden zullen uiteindelijk zonder toestemming van de auteur op YouTube en Pirate Bay belanden. Het zijn nieuwe tijden, die nieuwe giganten op zullen leveren. Voor mij is Menno de ongekroonde koning van de museumtelevisie. Ik hoop dat Menno’s prachtige materiaal op een dag wordt herontdekt, cultureel erfgoed wordt en net als dat van bekende fotografen opgenomen wordt in de collectie van het Rijksmuseum.


Geertjan Lassche, Journalist en documentairemaker

www.geertjanlassche.com