Kauwboy

 

Direct na zijn afstuderen aan de Nederlandse Filmacademie in 2006 maakte Daniël Bouquet een vliegende start als Director of Photography. Voor zijn tweede speelfilmproductie ‘Nothing Personal’ (2008) won hij in 2009 de Gouden Kalf voor beste camerawerk. Momenteel werkt hij veelal in het buitenland aan uitlopende projecten, waaronder commercials voor prominente merknamen als Adidas, Gillette en Vogue. De NSC sprak met hem over zijn loopbaan, interesses en meer.

 

Wie of wat leidde jou om cinematograaf te worden?

Ik ben opgegroeid in een omgeving met veel muziek en theater. Op school voelde ik me niet thuis, maar bij de schilderlessen die ik daarnaast op het atelier van kunstenaar Max Koning volgde wel. Max heeft me na mijn ouders als eerste leren kijken. Ik kwam op zijn atelier om te leren aquarellen, maar na een week werkten we met zand en dikke verf op grote stukken papier. Zo leerde ik over verschillende technieken en texturen. Aquarellen kon als je het verkeerd aanpakte een ‘Aerdenhoutse kakwijven-techniek’ worden. Maar met arabische gom kreeg iets textuur. Max leerde me ook om afstand te nemen, dan rolde ik zijn sjekkies en rookte hij deze op terwijl we samen het werk bespraken. Het was een kennismaking met moderne en klassieke kunst, verschillende technieken, opera en stoofpeertjes. Dit atelier was voor mij een belangrijke basis.

Een andere belangrijke basis werd tijdens de toneellessen op de middelbare school gelegd. Daar had Paul Rooijakkers een leslokaal in de schoolkelder, vol met rode tapijten, theaterverlichting en heel veel kostuums. Hij kreeg als enige zelfs de gabbers aan het dansen.

Vervolgens ben ik na een paar jaar naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag gegaan. Ik was erg jong en de lessen waren anders dan bij Max. De fotografielessen waren geweldig, maar toch ben ik na een jaar gestopt met de opleiding om rond te kijken wat er nog meer te doen was. Film was in die jaren altijd wel een rode draad. Ik werkte parttime als operateur bij de Filmschuur in Haarlem. Alles was nog analoog. Het bleef magisch om het filmmateriaal vast te houden bij het in en uit elkaar zetten van de aktes. Tegelijkertijd was het heel eng als tijdens de akte wisselingen de film aan elkaar plakte en het geheel bijna vastliep. Vooral de veel gedraaide klassiekers waren altijd best vies. Ik denk dat ik daar bij de Filmschuur bedacht heb om camera te gaan studeren. Daar kwamen al mijn interesses een beetje bij elkaar. 

Welke films en kunstenaars spelen een belangrijke invloed in je leven?

Films die om verschillende redenen indruk hebben gemaakt zijn: ’Noi Albinoi,’ ‘Oslo 31. august,’ ‘La Vie au Ranch,’ ‘Dark Horse,’ ‘De Gebroeders Leeuwenhart,’ ‘Paris Texas,’ ‘Trois Couleurs Blue,’ ‘Mit Verlust Ist zu Rechnen,’ ‘Il Postino,’ ‘La Huitieme Jour,’ ‘Rat Catcher,’ ‘Der Himmel Uber Berlin,’ ‘Schindler’s List,’ ‘Let’s Get Lost,’ ‘Gattaca,’ ‘The White Diamond,’ ‘Wuthering Heights,’ ‘Let The Right One In,’ ‘The Red Shoes,’ ‘Il Postino,’ ‘Robin Hood Prince of Thieves,’ ‘Europa,’ 'The Thin Red Line,’ ‘Saving Private Ryan,’ ‘The Longest Day,’ en nog veel meer.

Ik val sinds ik jong ben voor Scandinavische films. Ik mag het niet helemaal generaliseren want het zijn natuurlijk per land verschillende culturen, maar ik hou van de kou en de eenvoudige verhalen over normale dingen. In de kleine dingen zit soms de magie, zoals in ‘Dark Horse’ van Dagur Kari en ‘Europa’ van Lars von Trier.

De tweede wereldoorlog is bij ons thuis altijd een thema geweest, omdat mijn grootvader van vaderskant onder Japanse bezetting aan de Birma spoorlijn werkte en mijn grootmoeder van moederskant in Friesland bij het verzet zat. Twee verschillende ervaringen en vele verhalen die bijdragen dat veel beeldende kunst waar ik mee geconfronteerd werd daar ook mee te maken had.   

Het werk van kunstenaar Armando vind ik erg mooi. Het ‘Schuldige Landschap’ is wel iets dat ik op mijn eigen manier interpreteer en soms terugkomt in eigen werk. In film kan het beeld van een plek zonder personages zo mooi betekenis geven aan een herinnering of periode. Ritmisch kan het in de montage ook goed helpen.

Bezoek je graag musea of galeries? Heb je daarbij een voorkeur voor bepaalde kunsten? Welke exposities spraken je recentelijk het meest aan?

Ja, ik ga regelmatig naar musea en galeries. Ik reis veel en waar het kan probeer ik wel ergens naar binnen te lopen. Dat kan van alles zijn. ‘Riverbed’ van Olafur Eliasson vond ik mooi en het werk van Awoiska van der Molen.

Wat sprak je in het werk Eliasson en Van Der Molen aan?

‘Riverbed’ is een soort maanlandschap met een klein beekje dat naar beneden toestroomt door een aantal grote witte ruimtes. Het is heel spannend dat je daar zelf doorheen kan lopen. De leegte die ik daar mooi vind zie je ook in de foto’s van Awoiska. Het zijn vlakken en texturen in de natuur. Soms heel donker. Een element als een tak of een boom in leeg maanlandschap kan dan opeens romantisch en zelfs ontroerend worden. Zo kan je bijna over vormen en texturen praten alsof het emoties zijn.  

Wij zijn 18

“Wij zijn 18” film still door Daniël Bouquet

 Verzamel je kunst en/of kunstboeken?

Ik probeer voorzichtig wat foto’s te verzamelen en heb een fijne verzameling boeken en tijdschriften. Die zijn mij allen dierbaar.

Momenteel werk je veelal in het buitenland, wat leidde jou om deze weg in te slaan?

In Nederland heb ik kort na mijn afstuderen veel bijzonder drama gekregen. Vaak waren het stevige verhalen met weinig budget. Na een paar jaar wilde ik graag wat anders proberen en dingen maken met iets meer lucht. Zowel qua verhaal als budget. Vorm lijkt binnen het filmmaken soms een beetje een vies woord, maar ik vind het een belangrijk onderdeel. Bij de dingen die ik de afgelopen tijd heb gedaan leek daar iets meer ruimte voor. En dat heeft niet alleen met budget te maken, want een project met weinig geld hoeft niet meteen een ‘grijs polderdrama’ te worden.

In andere landen zag ik dingen die ook wilde maken. Dat is voor mij de motivatie geweest waarom ik daar wel heen wilde gaan. Ik vind dat de dingen in Nederland te snel gemaakt moeten worden. Veel te vaak beginnen we ergens aan iets dat eigenlijk nog niet filmrijp is. Met als resultaat dat je met te weinig geld dingen draait die je niet gebruikt of niet werken. Ik zou in Nederland ook wel iets meer geprikkeld willen worden met meer interessante verhalen. Behalve documentaire lijkt het soms alsof we niks hebben om voor te knokken.

Beleef je elders een andere aanpak van filmmaken?

De aandacht voor het eindresultaat ervaar ik anders in andere landen. In Nederland zijn we lekker open naar elkaar, waarbij we moeten waken dat filmmaken niet een te democratisch proces wordt. Dat heb je heb je in het buitenland veel minder.

 

Rihanna

“Rihanna” still door Daniël Bouquet

 

Wat is de meest bijzondere samenwerking die je tot op heden ervaren hebt? Kan je hier iets meer over vertellen?

Ik denk altijd graag terug aan de samenwerkingen tijdens mijn afstudeerfilm in Doel bij Antwerpen. Dat was een zeldzaam proces waarin we in de winter een paar weken lang samenleefden in het ritme van het dorp waar we draaiden. We hadden geen warm water, dus gingen we af en toe naar een zwembad in Antwerpen om te douchen. De 42 rollen 16mm verdeelden we tot op een kwart van de rol in de voorbereiding van scènes. Ik vond die concentratie geweldig.

Hoe leg je contact met een regisseur met wie je nog niet eerder hebt gewerkt?

Elke samenwerking is anders, omdat hetgeen je bij elkaar losmaakt bij iedere samenwerking weer anders is. Ik heb niet echt een vaste aanpak. Maar zoveel mogelijk informatie krijgen over een project en iemands visie daarop doorgronden staan nu bovenaan. Om mijn eigen goesting te testen en om misverstanden te voorkomen. 

Hoe komen jullie samen tot een bepaalde stijl?

Meestal begin ik met een moodboard en daar mag de ander dan op schieten. Dat is mijn eerste interpretatie. Daarna gaat het snel meer over de inhoud. Geleidelijk komen we samen tot een bepaalde vorm. Enigszins gestuurd door de mogelijkheden.

Zijn er bepaalde sleutelpersonen binnen je departement die je graag meeneemt op elke set?

Ik kan niet altijd iedereen meenemen op reis, maar vooral de gaffer, 1st AC en steadicam operator zou ik graag willen meenemen. Steadicam vind ik vaak een beetje kitsch, maar ik heb nu twee jongens ontmoet die het leuk vinden om samen te experimenteren, waardoor je vrijer kan werken. Ze komen uit Londen en Parijs, soms mogen ze mee op reis.

Heb je op internationale producties veel creatieve vrijheid qua materiaalkeuze, zoals camera, lenzen, licht en postproductie?

Ik probeer de projecten aan te trekken waar die ruimte lijkt te bestaan. In sommige landen is er iets meer ruimte voor bepaalde dingen. Soms heeft een project extra hoge resolutie nodig en wordt er zoveel mogelijk “K’s” gevraagd, maar meestal kan ik zelf kiezen.

Bij sommige commercials en grotere videoclips met een onduidelijke deadline merk ik dat je minder bij postproductie betrokken wordt. Soms vraag ik achteraf een onbewerkte versie en regel zelf een grading, maar dat kan lastig zijn. Ook omdat je liever maar één versie wil uitbrengen. In de meeste gevallen stuur ik dan referenties naar de colorist, een persoon die ik dan ook niet gekozen heb.

Heb je een bepaalde voorkeur qua opname medium, lenzen of licht?

Ik heb wel een voorkeur, maar dat gaat altijd over karakter. Ik vind het leuk om verschillende dingen te proberen, behalve camera’s. Sinds we ook digitaal werken vind ik het lastig dat er nog niet een cameramodel op de markt is dat voor mij qua directe output, werkbaarheid en ergonomie aansluit bij wat we voor film aan keuze hebben. Dit sluit meteen aan op je vraag waar ik me komende tijd in zou willen verdiepen. Sinds ik een aantal interessante momenten met ‘color scientist’ en colorist Laurens Orij heb doorgebracht, ben ik ervan overtuigd dat het verschil in beeld niet meer zo heel erg zit in welke digitale camera je kiest, maar wat de camera er vervolgens in de digitale vertaalslag mee doet. Dat proces kan je omkeren naar hoe het de camera binnen kwam… Dat is hogere wiskunde waarbij ik nu een colour scientist nodig heb. Anders geef je jezelf over aan de gegeven beperkingen van de verschillende systemen. Dat vind ik een interessante benadering. Ik vind het leuk om een specifiek karakter te creëren. Grof of juist heel subtiel. Ik wil het kunnen controleren. Als ik dat laatste zelf of met iemand anders tot in de puntjes kan beheersen, gaat het mij straks bij camerakeuze om werkbaarheid en de lenzen die ik erop schroef. Want op dit moment zijn de meeste digitale camera’s voor mij te klein, te groot, te licht, te zwaar, steekt er van alles uit of hebben ze niet de juiste zoeker of sensor.

 

Desiigner Panda

“Desiigner Panda” foto van achter de schermen door Geoff Taylor

 

Zou je hierover in contact willen treden met camerafabrikanten?

We kunnen best meer met elkaar in gesprek, maar dat gebeurt al en iedereen heeft weer andere wensen. Het digitale cinema camera tijdperk bestaat gewoon nog niet zo lang. Ik wil graag een basis waarin de kleur zo getrouw mogelijk wordt vastgelegd. Met genoeg dynamisch bereik in een werkbare behuizing. Hoe dichter je daarbij in de buurt komt, hoe beter je ons als filmmakers dan helpt.

Wat betekent het voor jou om NSC lid te zijn?

Ik was nog maar heel kort aan het werk toen ik lid werd van de NSC, maar het voelt goed om gerespecteerd te worden door je collega’s. Het moet het nog makkelijker maken om elkaar te benaderen en om ervaringen met elkaar te delen. Juist omdat je altijd individueel werkt.

Op wat voor manier sta je in contact met je Nederlandse collega’s?

Ik heb niet zoveel contact met Nederlandse collega’s, maar ik heb een paar goede vrienden die hetzelfde doen en we delen bijna alles met elkaar.

Zou je openstaan voor meer narratieve producties? Zo ja, zijn er bepaalde genres die je heel erg aanspreken?

We hebben net met een kleine cast en crew uit Los Angeles iets moois gemaakt op Tahiti. Dat zit momenteel in de montage, hopelijk zorgt deze korte film ervoor dat we daar ooit een lange versie van kunnen maken. Verder weet ik dat er in Nederland aan de boekverfilming van ‘Een Schitterend Gebrek’ gewerkt wordt… Met genoeg aandacht zou dat geweldig zijn. Ik zou graag een periode film willen doen.

Waarom zou je graag een periode film willen draaien?

Ik heb zin in een project zoals ‘Wuthering Heights’ van Andrea Arnold. Die wereld vind ik heel mooi vastgelegd. Het zou me ruimte geven om weer iets anders te kunnen vertellen. Je moet die film even gaan kijken. Dan weet je wat ik bedoel.

 

Nothing Personal

“Nothing Personal” film still door Daniël Bouquet

 

 Hoe kijk je naar de toekomst van cinematografie? Waar maak jij je zorgen over?

We zullen altijd verhalen blijven vertellen en met behulp van nieuwe ontwikkelingen zal daar ook in gepionierd worden. Dat vind ik interessant. Met sommige dingen ga ik mee en andere niet. Tijdens het Camerimage filmfestival woonde ik na vertoning van ‘Arrival’ de Q&A met Director of Photography Bradford Young bij. Hij is een goede spreker en had het onder andere over dat het tegenwoordig extra belangrijk is dat je kritisch blijft over wat je gepresenteerd wordt en waar je dus zelf aan meewerkt. En het vluchtige licht op de loer. Veel moet snel en goedkoop gemaakt worden. Dat gaat ten koste van kwaliteit. Het is belangrijk dat we daar aandacht aan blijven besteden.

Waar kijk je momenteel naar uit?

Er zijn nog zoveel dingen die ik graag wil maken. Met bepaalde mensen of in andere genres. En bijvoorbeeld in fotografie. Ik kijk ernaar uit dat allemaal te verkennen.

 

 Interview door Vincent Visser

  • latest NSC member projects:

    Toer
    Toer (2012)

    Maarten van Rossem

    2 images
    Tony 10
    Tony 10 (2012)

    Bert Pot

    20 images
    Brammetje Baas
    Brammetje Baas (2012)

    Jan Moeskops

    8 images
  • follow NSC updates: